Maf Tokio

Het blijft moeilijk, je stapt om ’s ochtends je hotel uit en baf! De hitte valt op je en na drie minuten voel je het zweet op je rug naar beneden lopen. Maar we hadden er goede hoop op, want we gingen naar de grootste vismarkt ter wereld waar het wel koeler zou zijn.

Tsukiji Fish Market is een bekende vismarkt, waar elke ochtend nog grote blauwvintonijnen worden geveild tegen duizenden euro’s per stuk. Je kan als toerist naar de veiling komen kijken, maar dan word je tegen 3u ’s nachts in de wachtrij verwacht en dat hadden we er toch niet voor over. Rond de markt zijn er honderden sushikraampjes en -restaurantjes waar de vis recht van de markt komt. Verser kan niet. Paradijs uiteraard voor een sushiliefhebber als ik. Toeristen mogen de markt niet meer binnen tijdens de ochtendspits op het hoogtepunt van al het handel drijven. Logisch, want de handel mag er niet gestoord worden, het geld moet binnen rollen. Wij konden dus nog even uitslapen en wandelden tegen 11u de markt op. Men was alles aan het opruimen en de laatste stukjes sushi werden verkocht. We vonden een kraampje dat verschillende soorten tonijn verkocht. Het zit namelijk zo dat de tonijn die wij hier eten als sushi vaak donkerrood ziet en niet zoveel vet bevat. In Japan is dat de inferieure en goedkoopste soort. De vetste tonijn ziet bijna wit van kleur en is dubbel zo duur. Wij kochten vier kleine stukjes eerder witte tonijn, voor een 5 euro om eens te proeven wat het verschil was. En inderdaad, die tonijn smelt helemaal in je mond, maar zoveel smaak vonden we hem niet hebben.

Tegen de middag doken we een klein restaurantje binnen om nog meer sushi te gaan eten. Ook hier werden we luidop verwelkomd door het personeel toen we binnenkwamen. We werden rond de toog gezet vanwaar we perfect konden zien hoe de sushichefs onze vis vers sneden. Onze sushichef had lang in Duitsland gewoond en kon in gebrekkig Duits en Engels een praatje maken met ons. Het was fijn om eens contact te kunnen maken met een Japanner maar we konden hem natuurlijk ook niet van z’n werk houden. We doen ons best ons zoveel mogelijk te houden aan de Japanse eetnormen en onze stokjes bijvoorbeeld niet in ons eten te laten liggen enz. Een ander vreemd gebruik voor ons is dat handtassen en rugzakken niet op de grond mogen gezet worden. Eerder uit beleefdheid dan om hygiënische redenen krijgen handtassen vaak ook een stoel of een plaats op de zitbank. Bij deze krukjes was er een handig mandje voorzien om onze tassen in te steken.

Ik probeerde een bord met allerlei verschillende sushisoorten, waarvan sommige voor mij toch ook een heel avontuur waren om ze binnen te krijgen. Robin nam een onverantwoorde tonijncombo met allemaal verschillende stukjes tonijn. Nu ja, voor die ene keer dat we in het sushimekka waren, kunnen we dat wel verantwoorden vonden we.

De Tsukiji Fish Market is een absolute aanrader als je naar Tokio gaat. We lazen dat de hele markt binnenkort naar een andere plaats in de stad verhuist door de Olympische Spelen, maar we hopen in ieder geval dat de traditionele aard van de markt wel zoveel mogelijk bewaard blijft. Want ook al de winkeltjes errond zijn de moeite waard: je kijkt er je ogen uit op al die vissen, groenten, grote stukken gember, wasabi-brokken en vellen nori van een vierkante meter groot.

We namen de metro naar Roppongi, een hippe wijk in Tokio en alweer een heel andere wereld. Hier heeft men de voorbije jaren een groot complex gebouwd met moderne winkelcentra en leuke parkjes. We gingen op Mori Tower omdat het volgens onze reisgids ook een heel mooi uitzicht gaf op de stad. Dat bleek ook te kloppen.

Op 238 meter hoogte was het zicht op o.a. Tokyo Tower absoluut prachtig. De extra toeslag betalen om ook op het outdoor skydeck te wandelen raden we echter niet aan.

Een volgende stop was het bekende kruispunt in Shibuya. Hier komen een zestal straten samen op één punt en zowat in alle richtingen werden zebrapaden aangelegd. Voeg daar de duizenden Japanners en toeristen toe die elke keer het kruispunt oversteken en je krijgt de hectische toestand waardoor dit kruispunt alle reisgidsen haalt. Het is best grappig hoe een kruispunt dan een toeristische attractie wordt en hoe je vijf keer gewoon de straat oversteekt en daar dan plezier in hebt. Niet gemakkelijk trouwens, dat oversteken, want iedereen loopt filmend of telefonerend of selfies makend op de zebrapaden. Langs het kruispunt adverteren de winkels met mega neonreclames. Times Square is er niks tegen.

Vlakbij staat ook het bekende standbeeld(je) van Hachiko, de hond uit de gelijknamige film, die wereldberoemd werd omdat hij op die plaats in Japan tien jaar op zijn baasje bleef wachten nadat die gestorven was. Voor de Japanners hèt toonbeeld van trouw waardoor hij zelfs de schoolboeken haalt. Vandaar ook dat de bekende hond Patrasche in Antwerpen ook zoveel bezoek krijgt van Japanners. We werden er aangesproken door een vrouw die haar kleindochter bij had en voor de Engelse les vragen moest stellen aan toeristen. Het was wel grappig wat ze vroeg. Naast wat we opmerkelijk aan Tokio vonden – en of we ons hier veilig voelden – vroeg ze of wij thuis ook social media hebben. Maar voor een echt gesprekje was hun Engels niet goed genoeg want toen we begonnen te vertellen dat wij ook leerkrachten waren, konden ze het gesprekje niet echt verder zetten. Ze doen toch altijd schattig hun best hoor.

We wandelden nog verder in deze leuke buurt vol met grote winkels en flitsende neonreclames en liepen naar Takeshita Street voor een grote Daiso-winkel. In die gigantische winkel van zo’n 4 verdiepingen kost alles 100 yen (ca. 1 euro), tenzij anders geprijsd. We lieten ons helemaal gaan en kochten allerlei gadgets, prulletjes, souvenirs en snoepjes, en dat alles aan 100 yen per stuk. Heerlijk!

Onze laatste stop was Golden Gai, een klein wijkje in Shinjuku (alweer zo’n buurt vol neonreclame) vol kleine barretjes. Opmerkelijk is dat toeristen hier vooral geweerd worden. Je ziet dan ook borden aan de deur hangen met: ‘Japanese people only’ en ‘No English’.

Die Japanners toch. Hier zijn ze dan weer behoorlijk op zichzelf en discriminerend. Het is toch een bizar volk, daar op hun eiland, geïsoleerd van andere landen en culturen.

We voelden er ons dus ook niet helemaal op ons gemak en wandelden maar door naar de metro. Onderweg kwamen we nog twee zangeressen tegen die in typische bunny-waitress-outfit met twee staartjes het beste van zichzelf stonden te geven en schel kweelden op van die slechte goedkope technomuziek. Wat een raar volk. Het kan niet genoeg gezegd worden. Ik snap er niks van.

En toen kwam ons moment de gloire. We stapten uit de metro en toen we op het plan keken welke uitgang we het best namen (altijd een hele onderneming) vonden we het al raar dat we zo dicht bij de zoo waren. Ligt ons hotel zo dicht bij de zoo? Ook toen we boven kwamen, zagen we niets bekends rondom ons. Hmm, even Google Maps checken… Blijkbaar was er een tweede hotel met dezelfde naam en waren we daar naartoe genavigeerd. Stom! Dan maar weer kijken wanneer we de volgende metro terug hadden. Om 5u30 morgenvroeg!! Oeps. Blijkbaar was het al later dan we dachten en reden er na middernacht geen metro’s meer. Naar het hotel wandelen (zo’n 5 km) zou ons een dik uur kosten en we waren al kapot! Dat kon er echt niet meer bij. Dan maar een taxi aangehouden en met hand en tand en iPhone en kaarten erbij proberen duidelijk te maken aan de chauffeur waar we naartoe moesten. En zo kwamen we een dik kwartier later en 20 euro armer toch nog in onze hotelkamer.

Tip voor de reiziger: in Tokio rijden de metro’s echt minder lang dan in New York.

Advertenties

3 reacties Voeg uw reactie toe

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s