La rossa, la grassa, la dotta

Tussen alle verbouwingen door knepen we er vier dagen tussenuit om het Italiaanse Bologna te bezoeken. We vlogen, net zoals vorig jaar, met Transavia, die ons een niet te weigeren vlucht van 60 euro heen en terug aanbood. Daar kan een mens niet voor sukkelen, dus weg waren wij!

Op voorhand hadden we gezocht naar een reisgids over Bologna, maar er bleek niets te vinden. We gingen dan maar een boekje van de streek Emilia- Romagna halen, waarvan Bologna de hoofdstad is en er stonden inderdaad wel 10 pagina’s in over de stad. Ook een 8-tal bezienswaardigheden waren blijkbaar de moeite waard… De Fontein van Neptunus stond op de eerste plaats van alle attracties in de streek, dus daar gingen we dan maar eerst naartoe. Zo waren we ineens op de Piazza Maggiore, de Grote Markt van Bologna als het ware. Tja, laat ons zeggen dat we de Grote Markt van Lier nog altijd de mooiste Grote Markt vinden, want echt veel was hier niet te zien. Een groot open plein, met een teleurstellend aantal terrasjes, uiteraard veel historische gebouwen rondom het plein (waarvan een hele kant jammer genoeg in de steigers stond), en net zoals in Antwerpen, een onafgewerkte kerk. Hetzelfde verhaal: geld was op, dus enkel de onderste meters zijn met marmer bekleed. Best een grappig zicht. We moeten wel zeggen dat het de kerk van binnenin ongelofelijk indrukwekkend was. Gigantisch groot (ze wilden dan ook de grootste kerk ter wereld bouwen, en dat is hen bijna gelukt ook), en wat ik dan weer interessant vond, was dat er een groot stuk meridiaan door de kerk loopt (het langste stuk meridiaan ter wereld dat IN een gebouw loopt), en het zonlicht valt precies op het middaguur, door een gaatje in het plafond, netjes op de meridiaan. Cool toch, die ouderwetse uurtelling.

Gelukkig hadden we nog een reportage gezien van Vlaanderen Vakantieland over Bologna en we wilden sowieso ook alles doen wat Evy Gruyaert de kijkers had aangeraden. Daarom wandelden we aan de oostkant van de Piazza Maggiore de kleine straatjes in en zo kwamen we in een wirwar van winkeltjes, fruit- en groentenkramen, bakkers, slagers, viswinkels enz. Het is duidelijk terecht dat Bologna ‘la grassa’ wordt genoemd. De stad staat symbool voor lekker eten en hun eigen regionale keuken; Het is een wonder dat niet iedereen hier moddervet is met al die salami’s, kazen, broodjes, zoetigheden en pizza’s.

Na de lunch beklommen we de Torre Asinelli, een van de Due Torri, hét symbool van Bologna. De andere toren, de Torre Garisenda staat behoorlijk scheef en is dan ook de derde scheefste toren van Italië.  Toen we de 798 treden aan het beklimmen waren van de 97,20 meter hoge toren, kwamen we Ted tegen, een Amerikaan uit Vermont, die een hevig betoog afstak tegen het christendom en de helft domme republikeinse Amerikanen. Best een grappig man. Boven werd ook meteen duidelijk waarom Bologna ook ‘la rossa’ genoemd wordt. Alle daken zijn van dezelfde soort rode stenen wat de stad van bovenaf een mooie rode aanblik geeft.

Een ander hoogtepunt van de dag was ons bezoek aan het Anatomisch Museum, dat speciaal voor ons geopend werd en waar een uiterst vreemde collectie tentoongesteld werd van wassen hoofden, lichaamsdelen, het zenuwstelsel enz. met een speciale aandacht voor afwijkingen en misvormingen. Deze dingen werden in de 18e eeuw gebruikt in de lessen anatomie, en ook al was het een bijzondere collectie, na 2 zalen van dit alles waren we toch een beetje onpasselijk en hadden we genoeg tumoren, knobbels en vergroeiingen gezien. Maar daarmee hadden we toch een beetje van ‘la dotta’ gezien, ‘de geleerde’ want met de oudste universiteit van Europa is dat de derde bijnaam die Bologna krijgt.

Op donderdag gingen we naar Mirabilandia, een pretpark dat op anderhalf uurtje treinen ligt van Bologna, met toch een aanzienlijk aantal achtbanen. Vooral Katun was dé topper van het park, en aangezien de rest niet veel soeps was, strandden we in de late namiddag gewoon bij die ene achtbaan om die dan zo’n 10 keer na mekaar te doen. Het was lekker rustig, dus we konden gewoon blijven instappen.

Goede Vrijdag was onze laatste volledige dag in Bologna en op die dag klommen we – op aanraden van Evy – langs de langste portiekengang ter wereld naar de Basilica di San Luca, die op een berg staat van zo’n 300 meter hoog, net buiten de stad. De  666 bogen zijn samen 3,5 km lang en vormen best een intensieve wandeling. Een lijdensweg op Goede Vrijdag. Toepasselijk. Een uitzicht op de stad krijg je niet echt van boven, aangezien die aan de ‘dichte’ kant van de muur ligt. Jammer, maar je krijgt wel een beeld van de omliggende natuur…

Op onze laatste voormiddag kuierden we nog wat door de stad, langs wat bezienswaardigheden die we nog niet gezien hadden. Zo is er een straat die bij regen onder water komt te staan en zo het kleine Venetië wordt genoemd. Grappig… Bij de Santa Stefano werden we buitengewerkt alsof we grote criminelen waren, want er was een kerkdienst bezig en toeristen waren niet welkom. Los van de onvriendelijke mensen, waren de verschillende kerken die met elkaar in verbinding staan wel mooi, met wat gezellige binnenpleinen.

Onze conclusie: Bologna is een leuke stad, waar op een paar hoogtepunten na, niet al te veel te zien is. Maar je kan er wel lekker eten (als de Italianen verstaan wat je probeert te bestellen natuurlijk) en de vele portieken en bogen die de stad rijk is, geven het wel een typische aanblik. Geen must-do, maar zeker gezellig als je er passeert of zoals wij, een goedkope citytrip willen doen.

Advertenties

5 reacties Voeg uw reactie toe

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s